1 tot 3 augustus Ma'andorpjes en Ping An

3 augustus 2010

Ma’andorpjes en het Dongvolk

Een van de reisbestemmingen voor het gebied rond Yangzhuo waren de Ma’an dorpjes en de Dragon’s backbone rijstvelden bij Ping An. In eerste instantie hadden we bedacht dit in 2 dagen te doen, maar bij nader inzien leek ons het beter en relaxter om er een extra derde dag aan vast te plakken. Dat bleek een goede keuze, want de busreis naar Ma’an bleek niet anderhalf uur maar drie uur te zijn en in Ping An moesten we een stevig stuk klimmen. In de klamme hitte een erg vermoeiende bezigheid.

De Ma’andorpjes zijn kleine leefgemeenschappen van een aantal minderheidsgroepen, namelijk de Dong. Ze wonen in houten woningen op palen en de dorpen zijn met elkaar verbonden dooroverdekte  houten bruggen. Ze leven voornamelijk van de landbouw. Ons hostel lag net buiten het dorp aan de rivier. Ook het hostel was geheel uit hout opgetrokken. Onze kamer had zowaar een balkonnetje met een mooi uitzicht op de rivier en rijstvelden. Nadat de bagage in de kamers waren gezet hebben we eerst een smakelijke lunch soldaat gemaakt. Vervolgens met z’n allen, inclusief chauffeur want ook voor hem was het de eerste keer dat hij hier was, zijn we het dorp in gegaan. We keken onze ogen uit.  Een geheel andere woongemeenschap, andere huizen en mensen. De huizen bestonden uit drie etages; de begane grond was bestemd voor de beesten, de eerste etage werd gebruikt om te wonen en gasten te ontvangen en de derde etage voor het slapen. De huizen werden gebouwd zonder gebruik van spijkers en schroeven; alleen houtverbindingen. De straatjes tussen de huizen waren smal, zodat de zon er niet kon komen. In de straatjes en op de overdekte bruggen zaten veel oudere mensen met elkaar te kletsen of een spelletje te doen. Na Yuangshuo waar het eigenlijk een grote toeristische bende was waande we ons in Ma’an in: “de tijd terug”.  Na veel kronkelstraatjes en trappen omhoog en omlaag kwamen we uit op het centrale plein. Op het plein stond een grote pagode, die gebruikt werd voor religieuze en dorpsbijeenkomsten. Nu gebeurde er weinig. In de pagode stond een grote tv aan met een chinees muziekprogramma. Op de bankjes lagen her en der oude mannetjes naar de tv te kijken. Lekker lui, zoals het weer. Het dorp was gelukkig niet al te veel  aangetast door het toerisme. Op de overdekte bruggen zaten wel de vrouwen hun handwerk te verkopen en hier en daar een winkeltje. Hoe zal dit over 5 jaar zijn als de chinezen dit pareltje hebben ontdekt?

’s Avonds bij het hostel gegeten en met een fles wijn naar onze kamer gegaan. Iedereen was moe van de busreis en de vele indrukken van dit mooie plekje.

De volgende ochtend zijn we nog even het dorp ingegaan. Er zou een zang en muziekopvoering worden gehouden en daar wilden we wel wat van zien. Marga en ik zijn al wat eerder gegaan, omdat gisteren de accu’s van de videocamera voortijdig leeg waren en Marga geen opnames had kunnen maken van de pagode in het dorp. Samen zijn we al zwervend door het dorp gelopen op zoek naar de pagode. Opnieuw mooie plekjes ontdekt. Leuke videobeelden en foto’s kunnen maken van wassende vrouwen, spelende kinderen en uiteindelijk ook de pagode. Helaas zonder de luierende mannetjes die tv keken. Even leek het erop dat we de weg kwijt waren geraakt op zoek naar het dorpsplein waar de muziekopvoering gehouden zou worden. Na wat heen en weer geloop over trappetjes en steegjes kwamen we toch nog op tijd op het plein aan. Op een aantal houten bankjes zaten de toeristen al klaar, fotocamera in de aanslag, voor de voorstelling. Een groep meisjes en jongens in traditionele kledij  zongen liederen en maakten muziek op grote bamboefluiten. Leuk en mooi om te zien. Helaas was voor ons na een half uur het sein om te vertrekken naar Ping An, de rijstterrassen.

Ping An, Dragonbackbone rijstterrassen

Zoals gewoonlijk bij veel chinese toeristische attracties was ook bij Ping An de toegang tot het dorp en de terrassen afgesloten met een toegangspoort waar je kaartjes moest kopen. Op zich wel heel raar als je het goed en wel beschouwd. Ze sluiten een heel gebied of dorp af en vragen entreegeld. Dat maakt de bewoners van het gebied tot bezienswaardigheid. Als wij dat in Nederland zouden doen met bijvoorbeeld Volendam dan zou half Nederland op de barricades staan. In China gaan ze daar anders mee om. In veel gevallen is het logisch en begrijpelijk, want dan worden de inkomsten gebruikt voor het in stand houden van het gebied, bijvoorbeeld bij het Jiuzhaighuopark. Hoe dat zit bij een gebied als de rijstterrassen blijft mij onduidelijk. De rijstterrassen zijn particulier boerenbezit; de stadjes zijn een en al hostel, hotel en toeristische winkel. Blijkbaar spekt het de staatskas en hebben de inwoners er niet echt een probleem mee. Het zal wel.

Goed, bij de ingang alles uit de bus geladen, omdat we nog zo’n 15 minuten naar boven moesten lopen. Geen lekker vooruitzicht met dat warme weer. Maar ook hier was de commercie van Ping An op ingesprongen. Er stonden al drie vrouwen met draagmanden klaar om, tegen betaling van 20 Yuan (ongeveer 2, 20 euro) onze bagage naar boven te dragen. Daar maakten we maar al te graag gebruik van. Met een beetje een kolonistisch gevoel in mijn lijf ben ik naar boven gelopen. Een zwetende vrouw; ik schatte haar op tegen de veertig jaar, zwoegend met een mand op haar rug met daarin onze kleine rugzakken, achter me aan. Boven aangekomen zijn we, na eerst een koud biertje gedronken te hebben, meteen op pad gegaan om de rijstterrassen te bewonderen. Je kon naar twee uitzichtpunten lopen: “ De maan en 7 sterren” en “Dragonbackbone”. Op weg naar “de maan en 7 sterren” waren er telkens adembenemende uitzichten over de terrassen die over de bergruggen golvend diep het dal in verdwenen. Her en der lag er een dorpje tussendoor. Ongelooflijk dat dit door mensenhanden gemaakt was. Het zonlicht en de schaduwen zorgden voor een extra dramatisch effect. De rijst kleurde op in diverse tinten groen. Een prachtig gezicht. Op de bekende foto’s van de rijstterrassen zijn deze meestal niet beplant. In het water van de terrassen weerspiegelen dan de lucht en de bergen. Een zeer imposant gezicht, maar deze groene versie in de zomertijd mag er ook zijn. Naast de Grote muur, verboden stad en de Ma’andorpjes, is dit zeker een van de mooiste plekken die we bezocht hebben.

Onderweg kwamen we nog drie oudere Zhuangvrouwen tegen. De Zhuangvrouwen staan bekend om hun lange haar, vaak tot aan de grond, dat zij in een dikke wrong rond hun hoofd dragen. Tegen betaling wilden zij hun haar wel losmaken voor een foto. Wij hadden daar helemaal geen zin in, betalen voor een foto. We hadden het warm van het klimmen en maakten hen duidelijk dat we dit niet wilde. Ze bleven aan ons plakken als vliegen en maar achter ons aanlopen. Totdat Rens zich omdraaide en in niet mis te verstane woorden en gezichtsuitdrukking duidelijk maakte dat we geen interesse hadden. Soms moet dat wel eens, helaas.

Naar het tweede uitzichtpunt de” Dragonbackbone” zijn we niet meer gegaan. We hadden al 2 uur gelopen in de volle zon en waren moe. We besloten om via een ander paadje weer terug te gaan naar het dorp. Het koude bier lonkte! ’s Avonds met z’n allen “Hotpot”gegeten, een soort bouillonfondue waar je het vlees en groente in doet. Heerlijk. DE anderen maakten tijdens het eten om ’s ochtends vroeg de rijstterrassen te bekijken bij zonsopgang. Marga en ik vonden dat wel heel erg vroeg en besloten om lekker uit te slapen en om nog wat aan de reisblog te werken voordat we om 11 uur weer in de bus terug naar Yangzhuo te gaan.

 

Foto’s

1 Reactie

  1. simone:
    13 augustus 2010
    Wat leuk! Wel jammer, had dat lange haar van die dames wel willen zien! Leuk dat jullie ook in een minder toeristisch gebied zaten.. Ben heel benieuwd naar de fotos!

    Kuss Simoon